K.118, baubüro in situ

    De architect als jager-verzamelaar

    Op het voormalige Sulzer fabrieksterrein in Winterthur, Zwitserland, realiseerden de architecten van baubüro in situ een verticale uitbreiding van een industrieel hoekgebouw. Het project K.118 pionierde door de indrukwekkende hoeveelheden hergebruikmaterialen dat het wist te integreren, en leidde bovendien tot de oprichting van Zirkular, een spin-off die zich concentreert op het adviseren van architecten en bouwheren die hetzelfde willen doen.

    Een greep uit de lijst van hergebruikte materialen in K.118 illustreert meteen de prestaties van het project: een stalen draagstructuur (71t), gevelbekleding (1400m2) en buitentrap, houten vloeren (980m2), buitenschrijnwerk (220m2), zonnepanelen (20kWp), EPS dakisolatie (265m2), radiatoren (24stk), OSB platen (2,7t), etc. Deze cijfers zijn des te indrukwekkender wetende dat het team achter K.118 amper een beroep heeft kunnen doen op een gevestigde hergebruikmarkt. Hieronder een kort relaas van hun werkproces, gebaseerd op het uitgebreide verslag van het project in de publicatie Reuse in Construction, A Compendium of Circular Architecture.

    De oogstkaart

    In 1996 richtte Barbara Buser, later één van de oprichters van baubüro in situ, samen Klara Kläusler de Bauteilbörse Basel op, een virtuele marktplaats voor gebouwcomponenten. Het idee achter de Bauteilbörse was eenvoudig: het koppelen van het (virtueel) aanbod aan materialen die uit geplande sloopwerven zullen vrijkomen met projecten die deze materialen een tweede leven kunnen geven. De winst van deze koppeling ligt in het vermijden van de kosten voor transport, de tussentijdse stockage en afhandeling die anders nodig zouden zijn. Gebouwcomponenten zouden pas worden gedemonteerd en klaargemaakt voor hergebruik op het moment dat een afnemer zich aandient. De Bauteilbörse benutte al vroeg het potentieel van het internet om deze koppeling te vereenvoudigen, en zag nadien navolging in initiatieven zoals de Oogstkaart (2005), opgericht door het Nederlandse Superuse. Vandaag is het oogstkaart-model (of harvest map) een begrip in de sector.

    Tegelijk botste de Bauteilbörse snel op de grenzen van het oogstkaart-model. Slechts een fractie (zo’n 10%) van de aangeboden materialen vond effectief een afnemer, en de kosten voor het uitbaten en onderhouden van de marktplaats waren onverwacht hoog. De Bauteilbörse begon daarop zelf met het recupereren en verkopen van gebruikte bouwmaterialen, gekoppeld aan sociale tewerkstelling, en evolueerde naar een materialenhandel met een stabiel aanbod van bepaalde producten. 

    Hoewel de Bauteilbörse enige navolging kreeg, lijkt de Zwitserse hergebruikmarkt vooral te bestaan uit organisaties die uit overtuiging en enthousiasme het licht zien, eerder dan economische evidentie. Een stabiel aanbod aan gebruikte materialen blijft vooralsnog uit. De exacte oorzaken daarvan zijn allicht veelvuldig en amper bestudeerd, maar Andreas Oefner wijst in Reuse in Construction vooral naar de hogere loonkost vergeleken met de rest van Europa, waardoor de relatieve materiaal- en energiekost nog lager ligt. Ook de enorme druk op de Zwitserse vastgoedmarkt zou de hergebruikmarkt er nog meer parten kunnen spelen dan elders.

    Jagen en verzamelen

    Zonder toegang tot een stabiel aanbod van hergebruikmaterialen of een operationele oogstkaart, was het team achter K.118 aangewezen op verschillende ‘Bauteiljäger’, vrij te vertalen als ‘materiaaljagers’; veelal jonge architecten of stagiairs die pro-actief sloopwerven opsporen, contact opnemen met de eigenaars en een catalogus van bouwcompenenten samenstellen waarop het ontwerpteam keuzes kan baseren. Onder andere de stalen draagstructuur, de gevelbekleding, een deel van het schrijnwerk en de brandtrap werden op deze manier verworven.

    De verschillende vondsten

    Het geluk wil dat geplande sloopwerven zich relatief makkelijk kenbaar maken in het straatbeeld. Volgens de Zwitserse stedenbouwkundige regelgeving moet elke aanvrager van een bouwvergunning de impact van het toekomstig project ‘simuleren’ door middel van een ‘Baugespann’, ofwel een fysieke afbakening van het nieuwe volume met kabels en palen. Hoewel niet het aanvankelijke doel van het Baugespann, blijkt het een uitstekend stedenbouwkundig instrument om zo vroeg mogelijk te anticiperen op het vrijkomen van materialen uit sloopwerven.

    Maar evengoed komt het team een sloopwerf pas op het spoor wanneer de werf al is afgespannen, en de sloopaannemer op het punt staat om aan het werk te gaan. Dit zet enkel nog meer tijdsdruk op het ontwerpteam en de onderhandelingen voor de afname van de materialen. Bovendien verlopen onderhandelingen met eigenaars doorgaans vlotter dan met sloopaannemers, die zich aanvankelijk toegevend opstellen maar op de rem gaan staan wanneer ze merken dat er effectief vraag is naar de materialen die zullen vrijkomen. Het ontwerpteam schermt met storttarieven en schrootprijzen.

    De tijdsdruk dwingt de architecten om voorbij de klassieke tijdslijn en afgebakende expertise te denken. Na het opsporen en meten van de stalen draagstructuur begint een gesprek met de ingenieurs over de geschiktheid voor gebruik in het nieuwe project, maar wordt ook meteen contact gezocht met een aannemer die bereid en bekwaam is om met gebruikte materialen te werken. Aangezien de kennis van die aannemer ook nuttig is tijdens de demontage en transport van de elementen, wordt er veel vroeger dan gewoonlijk beroep op gedaan. Tegelijk verifieert het ontwerpteam of de structuur geschikt is voor de grote lijnen die al zijn uitgezet, en wordt bekeken hoe het ontwerp dient te reageren op de structuur, die bepalend zal zijn voor de verdiepingshoogtes, het structureel grid etc. Een succesvolle materialenjacht maakt een koppeling tussen al deze bewegende delen.

    Verzamelde materialen die een plek zullen vinden in het ontwerp worden opgeslagen in verschillende loodsen bij de werf, ter beschikking gesteld aan het bureau voor de volledige duur van het project. Een minimale buffer tussen aanbod en vraag (normaal gezien gegarandeerd door hergebruikhandelaars) was nodig voor alle materiaalloten.

    Circulair plannen en ontwerpen

    Baubüro in situ spreekt van een circulair ontwerpproces; ontwerpkeuzes gebeuren steeds in dialoog met de technische en logistieke voorwaarden die gerecupereerde materialen stellen. Het ontwerp bepaalt welke vondsten geslaagd zijn, maar zal zich ook steeds moeten schikken naar die vondsten. Het gevelontwerp is een treffende illustratie van de wisselwerking tussen vondst en ontwerp. Tijdens de ontmanteling van het stalen plaatmateriaal dat het team gepland had te gebruiken als gevelbekleding, bleken de platen verschillend geprofileerd te zijn en niet allemaal te kunnen overlappen. Dergelijke verrassingen veroorzaken een kettingreactie aan ontwerpvragen; de aansluiting van de gevel met de draagstructuur, het schrijnwerk, de zonnewering en het bestaande gebouw moesten opnieuw gedetailleerd worden. De horizontale banden die met speling overlappen en karakteristiek zijn voor de uiteindelijke gevelcompositie zijn hiervan het resultaat

    Hoewel de meeste van de concrete materiaal- en ontwerpkeuzes moeilijk herhaalbaar zijn, distileerde het team van baubüro in situ uit deze ervaringen een aantal krachtige ontwerpprincipes die hergebruik verwelkomen. Deze gaan van het inbouwen van toleranties, zoals nodig bleek voor de gevelbekleding, tot het scheiden van de verschillende constructielagen, zoals een gevelcompositie die niet gedicteerd wordt door het ritme van de draagstructuur. Hoewel het team achter K.118 in extreme mate leerde omgaan met onzekerheden, zal ook een geprofessionaliseerde hergebruikpraktijk in essentie om moeten gaan met de complexiteiten van bestaande materialen, versus de berekenbaarheid van geproduceerde materialen. Robuustheid en openheid zullen hoe dan ook onmisbare kwaliteiten zijn voor een toekomstbestendige  ontwerppraktijk. 

    De verzamelmethode van baubüro in situ maakt bovendien duidelijk dat de hergebruikpraktijk van de toekomst op verschillende manieren vorm kan krijgen. Centraal zal evenwel altijd de logistiek van de recupereer- en stockageoperatie staan, plus het kuisen, repareren, nazien en opknappen van de elementen in kwestie. In K.118, gelegen in een voormalige industriële zonering, kon baüburo in situ zonder voorbehoud kiezen voor materialen die als dusdanig hergebruikt konden worden, zonder diepgaand nazicht of aanpassingen, vanwege enkele slimme ontwerpbeslissingen. Tezamen met het vinden van een geschikte stockageopslag ter plekke en het op zich nemen van de organisatie van de vele materiaalstromen maakte dit K.118 mogelijk: jager-verzamelaararchitectuur.

    Hergebruikte materialen

    Afkomstig van hergebruikhandelaars of Baubüro In Situ's eigen stock: 

    - Geluidsisolatie: 980 m2
    - Constructiehout: 16,2 m
    3
    - Cellulose isolatie: 3069 kg
    - Afkomstig van afbraak- of renovatiewerven:
    - Stalen draagstructuur: 71 t
    - Aluminium en stalen platen: 1400 m2
    - Stalen buitentrap
    - Stalen balustrades: 45 m
    - Houten dakbekleding: 295 m2
    - Houten wanden: 324 m2
    - Binnenmuurbekleding uit houten platen: 2790 kg
    - Houten vloeren: 983 m2
    - Ander constructiehout: 5,6 m3
    - Massieve houten deuren: 16 pc
    - Ramen (vooral aluminium): 220 m2
    - Houten raamluiken: 44 pc.
    - Wandbekleding uit granieten platen, 30 mm: 70 pc.
    - Zonnepanelen: 20kWp
    - EPS-isolatie voor het dak: 265 m2
    - Radiatoren: 24 pc
    - WC’s, lavabo’s: 12 pc

    Andere circulaire materialen en duurzame ingrepen:

    - Stro en klei voor de wandopbouw
    - Behoud van bestaande gevel en behoud + versterking van de bestaande structuur van het industriële hoekgebouw
    -
    Het weinige beton dat gebruikt werd was op basis van gerecycleerde granulaten.

    Verder lezen

    - Eva Stricker et al., eds., Reuse in Construction: A Compendium of Circular Architecture (Zurich: Park Books, 2022).
    - Het project op de website van baubüro in situ: https://www.insitu.ch/projekte/196-k118-kopfbau-halle-118

    Relevante links:
    https://www.zirkular.net/
    https://cirkla.ch/
    https://www.useagain.ch/de/
    https://salza.ch

    Credits

    Soort
    Integration
    Soort markt
    privé
    Conceptie
    baubüro in situ
    Technisch / Stabiliteit
    Oberli Ingenieurbau AG, Josef Kolb AG
    Implementatie
    Zehnder Holz und Bau, Wetter AG
    Adres

    Zwitserland

    Copyrights
    baubüro in situ